Vos

   
  

   Klasse:  Mammalia (zoogdieren)
   Orde:  Carnivora (roofdieren)
   Familie:  Canidae (honden)
   Geslacht en soort: Vulpes vulpes (vos) 
   

 

 

Kenmerken Lijkt op een hond.. Kenmerkend zijn de amberkleurige ogen en de volle, borstelig behaarde staart. Zijn pupillen zijn niet rond maar langwerpig, net zoals bij een kat. De vacht van de vos is op de rug roodachtig, op de buik wit. De staart is lang en pluizig. 's Winters is zijn vacht lichter en dichter dan 's zomers. Rekel (mannetje) iets groter dan de moer (vrouwtje).
Biotoop Oeverbermen, bosranden en velden.
Verspreidingsgebied Noord Amerika, Europa, AziŽ en AustratliŽ.
Leeftijd 7 tot 10 jaar.
Maten en gewicht Lichaam: 50 tot 90 cm; staart: 35 tot 50 cm; schouderhoogte: 35 cm; gewicht: 3 tot 10 kg.
Voortplanting De paartijd is van januari tot maart. Na 53 dagen werpt de moervos 4 tot 6 jongen.
Leefgewoonte Overdag slaapt de vos meestal in zijn hol of op een beschut plekje, zoals onder een dichte struik. 's Nachts gaat hij op jacht. Hij besluipt zijn prooi en bespringt hem.
Voedsel Kleine dieren, zoals veldmuizen, konijnen, op de grond broedende vogels, insecten, wormen, vruchten en aas. In de herfst eten ze veel bessen.

Familieleven

Hoewel men vossen meestal alleen ziet, leven ze in familiegroepen die bestaan uit een rekel (mannetje), een moervos met haar welpen en soms nog enkele wijfjes zonder jongen uit vorige nesten. Het territorium bakenen ze af op de klassieke - hondse - manier door overal hun geursporen achter te laten: een paar druppels urine tegen bomen, struiken, graspollen en dergelijke. Het territorium van een vos ligt ongeveer in een straal van 3-4 kilometer om zijn hol heen. De familie blijft de hele zomer bijelkaar. In september, wanneer de jongen volwassen zijn, gaat de familie uitelkaar. Jonge wijfjes kunnen nog bij de familie blijven, maar jonge rekels trekken in de herfst of de winter weg om een eigen territorium te zoeken.

Kraamkamer

Het hol, dat de mannetjes en vrouwtjes zo af en toe gezamenlijk bewonen, dient vooral als nestplaats. Het hol bestaat uit verschillende ruimtes op verschillende niveaus. Deze zijn door gangen met elkaar verbonden. Het hol heeft meerdere uitgangen die naar de oppervlakte leiden.
Voor de geboorte graaft de vrouwtjesvos (moer) een kraamkamer in het hol dat ze bekleed met haar zachte buikharen . Na de paartijd in januari of februari worden er in mei vier tot acht jongen, blind, geboren. Na 10 dagen gaan de ogen open. Na een maand gaan ze voor het eerst naar buiten. De jongen worden acht weken lang gezoogd. In deze tijd verzorgt de mannetjesvos (rekel) het vrouwtje (moer) en later ook de jongen.
Door te spelen en de eerste uitstapjes buiten het hol leren de jongen jagen en ook hoe ze voedsel moeten zoeken. Na 2 maanden verlaten ze hun ouders.

Vos eet voornamelijk knaagdieren

Familie vos

Goed uitgerust

Vooral geur, gehoor en zicht zijn sterk ontwikkeld. De achterkant van de ogen is bedekt met een reflecterende laag. (als een vos bijv. 's nachts in de brandende koplampen van je auto kijkt, is het net alsof de ogen licht geven).Vossen kunnen bij weinig licht (ís nachts) nog vrij goed kunnen zien. De pupillen van een vos zijn elliptisch rechtopstaand (zoals kattenogen) om de gevoelige ogen beter te kunnen beschermen bij bijv. sterk daglicht. Ervaring leert dat een vos alleen zeer scherp ziet op korte afstand. Op verre afstand heeft een vos moeite om dingen duidelijk te zien, alleen bewegende (of opvallende) voorwerpen zullen dan zín aandacht trekken. Het dier kan ook goed ruiken. Het gehoor is zeer goed ontwikkeld en de vos kan dan ook de juiste plaats van zwakke geluiden ontdekken, vooral handig bij het jagen op kleine knaagdieren. Het gepiep van een muis hoort een vos al op honderd meter afstand. Zijn snorharen zijn samen even breed als zijn lichaam, zodat hij daarmee nauwe doorgangen kan voelen. De vos is hiermee goed uitgerust om in moeilijke omstandigheden te overleven.

Rumoerig in de paartijd

Het geschreeuw van een vos is een  angstaanjagend geluid, dat men op een nachtwandeling kan horen. Vossen maken meerdere soorten geluiden. Het meest gehoorde is het schreeuwerige, hese gehuil en de typische 'wow-wow-wow'-blaf van vooral moervossen in de paartijd. Met dat geblaf willen ze moervossen laten weten dat een mogelijke partner in de buurt is. Moervossen weten ook door middel van verschillende geluiden (meestal een hees geblaf of een schrille huil) hun kroost te waarschuwen voor gevaar en/of dat gevaar te misleiden.