Lynx

 

 

 

   Klasse:  Mammalia (zoogdieren)
   Orde:    Carnivora (roofdieren)
   Familie: Felidae (katten)
   Geslacht en soort: Lynx lynx (gewone of Europese lynx)

 

Kenmerken De lynx is de grootste katachtige van Europa. Hij heeft een relatief korte romp. Het is een hoogpotige kat met lange oorpluimen en flinke bakkebaarden. Zijn vacht is meestal duidelijk gevlekt, aan de buikzijde licht gekleurd. De staartpunt is zwart. De zomervacht is dun met zwarte vlekken, de wintervacht is dik en zacht, meestal zonder zwarte vlekken.
Biotoop Afgelegen bergstreken tot 2500 m en in bossen met rijke ondergroei.
Verspreidingsgebied Noord Europa, Midden-, Noord- en Oost AziŽ.
Lengte 80 tot 130 cm, zonder staart. Met staart komt er 15 tot 25 cm bij.
Grootte 60 tot 75 cm, schouderhoogte.
Gewicht 14 tot 30 kg.
Paartijd Half maart tot eind mei, afhankelijk van het klimaat.
Aantal jongen 65 tot 75 dagen na de paring worden 1 tot 4 jongen geboren. De jongen blijven lang (10 maanden) bij de moeder. Na 2 jaar zijn ze geslachtsrijp.
Leefgewoontes Volwassen lynxen leven solitair en houden er een territorium op na van 300 tot 600 km≤, soms tot 1000 km≤. Ze zijn `s nachts actief en slapen overdag. Ze jagen meestal vanuit een hinderlaag en gebruiken daarbij hun reuk en ogen. Ze kunnen goed klimmen en zwemmen.
Leeftijd 20 jaar
Voedsel Jonge rendieren, herten, reeŽn, geiten, schapen, hazen, konijnen, vogels en soms kleine knaagdieren.

 Onvermoeide lopers

Lynxen rennen zelden, maar zijn onvermoeide lopers, die vele kilometers lang het spoor van hun prooi kunnen volgen. Omdat het goede klimmers zijn liggen ze ook wel op de loer in bomen en laten zich op een voorbijkomend prooidier vallen. Dikwijls liggen ze in een hinderlaag. Met hun brede voeten kunnen ze gemakkelijk over zachte grond of sneeuw lopen. De lynx maakt een jankend geluid, dat wij kennen van onze huiskaters, maar dan harder. Binnen zijn territorium bedekt een lynx zijn urine en uitwerpselen met aarde, maar bij de grenzen ervan doet hij dit op opvallende plaatsen zoals op een heuveltje. De uitwerpselen dienen dan als een soort grenspalen. De lynx dood zijn prooi door een beet in de nek, waardoor de nek gebroken wordt, of door een dubbele beet, in de schouders en in de nek. Bij beide methoden volgt de dood onmiddellijk. 

Hulpeloze jongen

De paartijd begint in maart, de jongen worden geboren na een draagtijd van ongeveer 70 dagen. De jongen worden veolledig behaard, maar blind geboren. De ogen gaan na 10 dagen open en de zoogperiode duurt 2 maanden. Ze blijven daarna toch nog 8 maanden bij de moeder. Hoewel de welpen vrij ver ontwikkeld worden geboren, gaat de ontwikkeling na de geboorte nogal langzaam. Zels 8 maanden na de geboorte hebben zij nog melktanden en hun klauwen zijn nog zwak. De jongen leven van kleine knaagdieren en van voedsel dat door de moeder wordt aangebracht. de wijfjes zijn na een jaar geslachtsrijp.

 

Lynxen in ScandinaviŽ

Naar schatting zijn er ongeveer 2.000 lynxen in ScandinaviŽ, waarvan ruim 1.500 in Zweden. Het verspreidingsgebied beslaat het grootste deel van Zweden, behalve de eilanden ÷land en Gotland en de meest zuidelijke delen van het land. De grootste dichtheid (meer dan 1 lynx per 100 km≤) vindt men in Midden Zweden van ÷rebro en Všrmlands lšn in het zuiden tot Všsternorrlands en Jšmtlands lšn in het noorden. De 500-700 lynxen in Noorwegen zijn over grote delen van het land verspreid. Een vermindering van de voortplanting is de laatste vijf jaar geconstateerd in het noordelijk verspreidingsgebied met voornamelijk rendieren als prooidieren, terwijl een verhoging van de voortplanting is geconstateerd in het zuidelijk verspreidingsgebied met voornamelijk reeŽn als prooidieren.