Groene Kikker

   


   

   Klasse     Amphibia (amfibieŽn)
   Orde:    Salientia (kikkers en padden)
   Familie: Ranidae (echte kikkers)
   Geslacht en soort: Rana esculenta (groene kikker)

 

            

Kenmerken Rugkleur is helgroen, grasgroen of blauwgroen, donkerbruin tot zwartbruin gevlekt. Geelgroene rugstreep.  Achterkant bovendij groene grondkleur en zwart of zwartbruin gemarmerd. Het mannetje heeft twee kwaakblazen op de zijkant van zijn kop. Kwaakblazen vuilwit tot grijs. Lange krachtige achterpoten om mee te springen.
Biotoop In de oeverzone van allerlei meren, plassen, vijvers, op plaatsen met veel begroeiing
Verspreidingsgebied Europa, Noord Amerika en een groot deel van AziŽ.
Maten Tot 15 cm.
Paartijd April - mei. Het wijfje zet 1000-2500 eieren af in een kluit die naar de bodem zinkt. Na ongeveer 20 dagen komen de larven uit. de ontwikkeling tot kikker duurt nog ongeveer 2 maanden.
Leefwijze Overwegend overdag actief; zit graag op de oever te zonnen. Overwintert in de modder van de waterbodem.Vangt zijn prooi vaak met een sprong.
Voedsel Insecten, wormen, geleedpotigen en slakken.

De groene kikker wordt in sommige landen van Europa als lekkernij gegeten. Deze kikker leeft grotendeels in het water. Groene kikkers leven in groepen en zijn overdag actief. Ze houden erg van de zon. Alleen mannetjes hebben kwaakblazen, die ze gebruiken bij de paring.
Er zijn drie soorten groene kikkers: de kleine groene kikker, de grote groene kikker en de middelste groene kikker. De hele zomer kun je ze aantreffen in de buurt van schoon water.
Kikkers hebben het unieke vermogen om zuurstof via hun huid direct op te nemen. Ongeveer 10% van hun zuurstofbehoefte komt via de huid. Dit is voldoende voor de winterslaap en wanneer een kikker op de vlucht is en onderwater gedoken is. Maar onvoldoende voor de jacht, een kikker zal dan dus gewoon via de longen ademhalen.

Kikkers en padden
Hoewel kikkers bij poeltjes en sloten gevonden kunnen worden en padden in
meer droge gebieden kan het toch dat ze met elkaar verward kunnen worden.
Het volgende kan dan helpen:
- kikkers hebben grote achterpoten.
- kikkers leggen hun eieren in bollen , padden in lange dunne snoeren.
- kikkers hebben uitpuilende ogen , padden hebben verzonken ogen.
- padden lopen , kikkers springen
- kikkers hebben een gladde, glimmende huid, padden een lelijke droge huid

         


         

 

De paartijd van een kikker is in het vroege voorjaar rond april - mei. De bevruchte eitjes worden door het vrouwtje in het water afgezet. De meeste vrouwtjes zetten ongeveer 2500 eitjes af. Deze klont eitjes noemen we kikkerdril.

Na ongeveer 3 weken, afhankelijk van de temperatuur van het water, komen de kikkervisjes uit de eitjes.  De kikkervisjes zijn heel klein en kwetsbaar. Het kikkervisje ziet er meer uit als een larve dan als een visje. Het heeft alleen nog maar een zuignapje, waarmee het zich vastzuigt aan een waterplant of aan de dril waar het is uit gekomen. Ademen doet het door middel van kieuwen.

Het kikkervisje krijgt na een tijd eerst achterpootjes, dan voorpootjes. Als laatste krijgt het een kortere darm en vervangen longen zijn kieuwen. Ook verdwijnt zijn staart. Dan is het plantetertje een vleesetertje geworden. Het kikkertje moet nu steeds naar het wateroppervlak om adem te halen, omdat hij geen kieuwen meer heeft om onder water te ademen. Kort erna trekt de kikker naar land