Torenvalk

   

 

   

 

   Klasse:  Aves (vogels)
   Orde:    Falconiformes (roofvogels)
   Familie: Falconidae (valken)
   Geslacht en soort: Falco tinnunculus (torenvalk)

 

            

 

Kenmerken Roofvogel met een overwegend roodachtige kleur, puntige vleugels, zeer lange staart; vrouwtje met roestbruine rug en een blauwgrijze kop; stuit en staart met een zwarte eindband; kenmerkend is het "bidden". Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door zijn blauwgrijze kop en staart en doordat dat hij kleiner is.
Biotoop Bij voorkeur in halfopen landschap, ook in dorpen en steden.
Verspreidingsgebied Alle werelddelen, behalve Antartica.
Maten Lengte: 33 - 39 cm; spanwijdte: 65 - 80 cm; gewicht is 156 tot 193 gram
Paartijd en jongen Legt eieren op een rots, in een gebouw, in een boomholte of in een verlaten nest; legtijd is half april tot mei; 3 a 5 eieren; deze worden vooral door het vrouwtje gedurende 28 dagen bebroed; de jongen die door beide ouders worden gevoerd, vliegen na 27-30 dagen uit.
Leefgewoonte Wordt heel vaak biddend of zittend op draden of palen langs wegen gezien; kan 16 jaar oud worden.
Voedsel Jaagt hoofdzakelijk op muizen, maar eet ook jonge ratten, kikkers, regenwormen, insecten en mussen.

Een veel geziene gast

De torenvalk voelt zich goed thuis in de buurt van de mens, zelfs in de stad. 
Ze broeden tot midden in onze steden en dorpen, in kerktorens en andere gebouwen, ru´nes, fabrieken, hoogspanningsmasten, windmolens, stallen en schuren, maar ook veel in oude nesten van eksters, zwarte kraai, in eendenkorven en de laatste tientallen jaren ook in de speciaal voor hen opgehangen nestkasten.
 
De torenvalk past zich makkelijk aan en voelt zich ook thuis in duin, bos en hei.
Omdat hij lastige knaagdieren (muizen en ratten) eet, wordt hij over het algemeen als een nuttig dier beschouwd. Het is de meest geziene roofvogel die overdag jaagt.
De torenvalk jaagt bij voorkeur boven open terrein. Torenvalken zijn vaak gemakkelijk te herkennen door het stilstaan in de lucht, het zogenaamde 'wiekelen' of 'bidden'. Ze zijn dan op zoek naar muizen en ze duiken naar beneden als ze er een kunnen pakken. Ze kunnen tot wel 30 m hoogte staan bidden.
Bij het bidden vliegt de torenvalk tegen de wind in met dezelfde snelheid als de wind. je kunt dus aan een biddend torenvalk zien waar de wind vandaan komt; hij staat altijd met de kop in de wind.

Geen nestbouwers

De hofmakerij is in maart of begin april en bestaat uit een luchtshow, waarbij het mannetje boven het vrouwtje, dat op een tak zit, rondcirkelt.
Torenvalken maken geen nest, zodat de eieren in het verlaten nest van grote vogels, zoals kraaien, of op een richel van een rots of holle boom gelegd worden. 
Het wijfje broedt hoofdzakelijk, terwijl het mannetje haar eten brengt. Als de eieren uitgekomen zijn, houdt het wijfje de jongen warm, terwijl het mannetje doorgaat met voedsel brengen. 
Na 4 tot 5 weken kunnen de jongen vliegen. Ze worden dan nog een tijd lang gevoerd. Als ze uiteindelijk uitvliegen ligt het nest vol braakballen van de jonge vogels.