Oorworm

 

   Stam: Arthropoda (geleedpotigen)
   Klasse: Insecta (insekten)
   Orde:  Dermaptera 
   Familie: Forficulidae (oorwormen)
   Geslacht en soort:  Forficula auricularia (gewone oorworm)

 

Kenmerken Slanke, afgeplatte insecten met een tangvormig aanhangsel aan het achterlijf.
Biotoop Overdag zitten ze onder stenen, planken, in rotte boomstammen en onder schors, in spleten en kieren, ook in fruitbomen.
Verspreidingsgebied Over de hele wereld, uitgezonderd de arctische gebieden.
Maten en leeftijd 2,5 tot 3 cm lang; worden meestal niet ouder dan 18 maanden.
Voortplanting De paring is in het najaar. Na 7 of 8 dagen komen de eitjes uit, de larven vervellen meerdere keren.
Leefgewoonte Zij hebben een verborgen levenswijze en zijn schuw en komen alleen `s nachts tevoorschijn.
Voedsel Plantaardige voedselresten, maar ook dierlijk voedsel zoals bladluizen en eitjes.

Verborgen leven

In Nederland zul je de gewone oorworm (Forficula auricularia) het meest zien. De tangvormig uitsteeksels aan het achterlijf zijn bij het mannetje wat krommer gebogen dan bij het vrouwtje.Wanneer een oorworm opgepakt wordt, wordt het achterlijf naar boven gebogen en probeert het dier met de geopende tangen te knijpen. De tang wordt gebruikt als verdedigingswapen. De tangen helpen ook bij het beetpakken van kleine insecten en het ontvouwen van de achtervleugels. Verder spelen ze een rol bij de paring.

Velen weten niet dat oorwormen kunnen vliegen. De achtervleugel is zeer ingenieus gebouwd en kan als een waaier opengevouwen worden onder de korte voorvleugel vandaan. De achtervleugel is als een klein pakket opgeborgen onder de voorvleugel. De vleugels zijn kort, ze bedekken een klein gedeelte van de bovenzijde van het insect. Onder de dekschildjes liggen de vleugen zeer ingewikkeld opgevouwen. De vleugels zijn zeer dun en half cirkelvormig.

Oorwormen zijn alleseters (omnivoren), net zoals wij mensen. Ze zijn vooral s nachts actief. Overdag verbergen ze zich graag in kieren en spleten, openingen in vruchten en zaaddozen. Oorwormen zijn gemakkelijk weg te vangen door een omgekeerde bloempot met hooi of gekreukeld  papier op te hangen.

links mannetje en rechts vrouwtje

dreigende houing

met uitgeklapte vleugels

Goede moeders

Oorwormen leven tenminste 18 maanden maar kunnen waarschijnlijk ouder worden. De winter brengen ze in de grond door of op een beschutte plaats binnen- en buitenshuis. De volwassen dieren paren aan het einde van de zomer. Het vrouwtje legt 50 eitjes wanneer ze in  haar winterschuilplaats kruipt. Dit gebeurt meestal in gezelschap van het mannetje en andere oorwormen.
Het vrouwtje zorgt, net als de bijen, voor de eieren en larven. Als de eieren uit komen wordt het mannetje buiten gezet en wordt het holletje ingericht voor het kroost.  Ze beschermt haar eieren tegen uitdroging en aantasting door schimmels door ze schoon te likken en ze bij elkaar op een hoopje te houden. Ze likt haar jongen wanneer deze uit het ei komen en voedt ze de eerste twee weken.  De larven krijgen fijngekauwde plantenresten of resten van dieren te eten. Moeder en kroost komen in het voorjaar te voorschijn. Na de tweede vervelling van de larven verdwijnt de waakzaamheid van het wijfje. Na 6 vervellingen wordt de oorworm volwassen. De levenscyclus van ei tot volwassene is gemiddeld 56 dagen. Door de broedzorg is het wijfje zeer verzwakt en sterft meestal spoedig. Het moederdier wordt vaak door haar eigen broed opgegeten.

oorworm met eitjes

oorworm met larve

nimf


Nuttig en onschuldig

Voor de biologische bestrijding van bladluis zijn oorwormen goed te gebruiken. De oorworm voedt zich met bladluizen, mijten, larven en eieren van insecten en andere parasieten. De oorworm is een uitermate nuttig insect voor het onder controle houden van bladluisplagen. Om oorwormen te krijgen waar je ze hebben wil, is een opgehangen omgekeerde bloempot voldoende, gevuld met stro, of met een oude kous gevuld met plantaardig afval. Nog eenvoudiger is een plank op de grond (liefst onbehandeld hout), schors, of snoeiafval.

Ondanks hun enigszins dreigende naam, is het een heel onschuldig beestje. De naam oorworm kwam er waarschijnlijk door de angst van de mens, omdat ze zagen dat het beestje in allerlei holtes kruipt en daarom misschien ook in hun oren. Maar dit zou enkel kunnen gebeuren als je buiten zou slapen, want in het huis komt men ze niet gauw tegen. Als het wel zou gebeuren, kun je ze met wat olie in je oor snel wegjagen.